Zoeken in deze blog

Wordt geladen...

maandag 5 maart 2012

Arnhem van vroeger met veel belevenissen

De Vospoort aan het einde van de Hugo de Grootstraat was een eng smal stukje zonder stoep. Toen ik vier jaar was ben ik eens stiekum weggelopen en heb een tijd bij die poort (aan de andere kant dan hier zichtbaar) gestaan. Alle huisvrouwen uit de straat hebben mijn zeer ongeruste moeder geholpen om me terug te vinden. Buurvrouw De Ruiter spoorde me uiteindelijk op.
Iets verderop is de doorgang onder het spoor naar Zutphen richting Vosdijk. Aan de andere kant rechts is de ENKA, links de ijsbaan en een tennisterrein en natuurlijk de wijk Molenbeke. Als het heel hard geregend had stond dit tunneltje altijd onder water en dat was dan wel een meter diep. Op deze foto is de weg al een stuk omhoog gelegd.
Tussen de twee poorten lag een weiland in de vorm van een driehoek. De spoorlijnen naar respectievelijk Zevenaar en Zutphen omgrensden dat stukje wildheid, waar in mijn jeugd altijd een aantal paarden rondliepen. Het weggetje omhoog naar het onderstation is pas veel later aangelegd. Tegenover het hek ligt de Merwedestraat richting Presikhaaf.
Op deze foto is de ENKA in aanbouw. Het oude tunneltje is duidelijk onderaan te zien. Links de ijsbaan en rechts het -toen nog- landpad naar Presikhaaf. 
Op de achtergrond van deze foto zijn de contouren van de ENKA zichtbaar en wat meer naar voren de toen vrij nieuwe School 23. Die staat aan de Thorbeckestraat, maar dat was toen een slecht begaanbaar landpad. Aan de overkant van dat landpad dus het weiland (in de winter de ijsbaan) aan deze kant 3 grote braak liggende velden waarop naar hartelust kon worden gespeeld. Het gedeelte tegenover ons huis was vlak en daar werd elke avond een voetbalwedstrijd gespeeld tegen de jongens uit Het Broek.
Het verre veld was voornamelijk gras, dan dus het voetbalgedeelte (Lange Kees staat in het doel, toen nog van 2 stenen, later werden ijzeren doelen geplaatst) en vooraan nog een groot veld, dat brandweerveld werd genoemd omdat de brandweer er kwam oefenen. Langszij de velden lag veel puin uit de afgebroken ruïnes van de vernielde binnenstad. Achteraan in het midden is het noodgebouwtje van school 23 (2 lokalen) te zien en het begin van het rijtje van 5 huizen aan het enige bestrate deel van de Thorbeckestraat.
Op deze foto is het geïmproviseerde voetbalveldje goed te ontdekken. Tegen de dijk staan veel boomstruiken en braambossen. Het was een eldorado voor honden in die tijd, want die mochten allemaal gewoon losrennen.^
Hugo de Grootstraat richting Vospoort. Bovenaan rechts de Thorbeckestraat (toen dus nog landpad) en de eerste zijstraat is de Van Slingelandtstraat (zie verder hieronder).
De huizen stonden aan de Van Slingelandtstraat. Aan de achtertuinkant lagen dus de braakvelden, maar aan de voorkant lag nog een braakveld. Daar speelden meestal de kinderen uit de zijstraat en de Johan de Wittlaan.
Op deze foto is de ingang naar het braakveld aan de voorkant goed te zien. Dat landpad (zelfs dat is nog een te ferme naam voor dat stukje doorgang) heeft zelfs een naam. Het was de Hensiusstraat (en er staan tegenwoordig werkelijk huizen). De huizen op de achtergrond staan in de Fagelstraat.
Op de kop van het veld, precies tegenover ons huis, stond een klein gebouwtje waar een werkplaats van een aannemer in zat. Later werd het iets van de gemeente. Er zat maar 1 grote deur in. Die aan de linkerkant is later in de plaats gekomen van een met gaas beschermd raampje. Wij gebruikten de grote deur rechts als doel en vanaf het perkje waar de boom in staat werd er dan geknald. Het was wel oppassen, want het mocht niet en de wijkagenten Debrei en Lemel bekeurden je direct. Wegrennen hielp niet, want die kerels kenden alle jongens uit de buurt bij naam!
Veel later werd het terreintje een Jantje Beton speelveld en weer later een echt voetbalveld met doelen.
Het veld grenste ook aan de huizen van de Johan de Wittlaan waarvan de achterkant op de achtergrond te zien zijn.
De Thorbeckestraat is al jaren een keurig bestrate weg. De braakvelden achter de huizen zijn volgebouwd met flats en garages, het brandweerveld is volgebouwd met een technische school en de weilanden met de ijsbaan in de winter is het Thorbeckelyceum met een enorm sportveld geworden.
Alleen het landje achter school 23 en het stukje tussen die school en de Vospoort herinnert nog aan die goeie ouwe tijd (als ook op die plekken de boel inmiddels al niet is verkwanselt).
Het Thorbeckelyceum stond vroeger aan het Willemsplein (rechts zichtbaar) met er naast het Royalrestaurant.
Thorbeckelyceum aan het Willemsplein
In de 1e en 2e klas van de lagere school gingen we één keer per week naar het Sportfondsenbad om te leren zwemmen. Ik vond er niets aan. Heel vervelend. Net als bij schaatsen, voor mij geen plezier, je kan dan immers geen balletje trappen.
Het was in dat bad altijd koud. Stond je aan de kant te bibberen om te luisteren naar de badjuf. Mijn handen waren soms zo koud dat neefje Wim T., die in dezelfde klas zat, mijn veters moest strikken.
Het andere zwembad - ook vlak bij- was Thialf in het Spijkerkwartier. Maar dat was een buitenbad en in mijn herinnering altijd druk. Mijn zussen kenden de badmeesters en daarom waren we er na sluitingstijd ook wel te vinden.
Ook kijken naar waterpolowedstrijden van Neptunus met in het doel de beste keeper van de wereld, Ben Kniest (later mijn kapper).
Op de hoek in het souterrain was een snoepwinkeltje waar we vaak gezellig zaten te ouwehoeren (tegenwoordig noemen ze dat, geloof ik, chillen). Leuk mens achter de toonbank.
Die hadden ook zo'n klein laadbaktautootje met één wiel van voren.
Het bad lag langs de spoorlijn naar Zevenaar en er direct tegenaan lag een enorm weiland dat in de winter werd omgetoverd tot ijsbaan. De ingang van Thialf was in de Dullertstraat. Er was een grote ligweide en 3 baden. Ik meen dat rechts op de foto het diepe bad lag waar ook de hoge wip stond. Op de foto staat de badmeester Jan Schipper(s).
Ook met school (vanaf de 4e) één keer per jaar naar de schouwburg. Werd er door de leerkrachten van de openbare scholen een toneelstuk opgevoerd. Meestal zo rond Sinterklaas. Was wel gaaf!
Restaurant HOVI waar je lekker kon smullen. Als we met de jeugdkringen waren uitgeweest zorgde meneer Lambeek voor een heerlijk maal. Prima kok.
Voor het eerst naar de catechisatie. Dat was op zaterdagmiddag in het KAB-gebouw aan de Rosendaalsestraat. Op zondag was er dienst. Als er zaterdagavond een feestje was geweest hingen de slingers nog in de zaal, rook je een sterke bierlucht en lag er soms nog een kerel zijn roes uit te slapen.
Ook aan de Rosendaalsestraat de bakkerij van de COÖP. Mijn geboortemoeder maakte met Kerst altijd 2 knoeperts van witbrood en een nog grotere knoepert krentenbrood. Die joekels werden dan als deegklomp (met alles er in en op) naar de bakkerij gebracht, want die pastten uiteraard alleen in een hele grote oven. In de namiddag kon dan het gebakken brood worden opgehaald. Sneeën zo groot en zo lekker als banketletters!! Eén keer heeft de bakkerij een krentenbrood laten verbranden. Het door henzelf gemaakte vervangende krentenbrood haalde het niet bij die van mama, die overigens altijd wel heel vroeg aan de slag moest omdat het deeg voor 6 uur in de bakkerij moest zijn.
Mijn mama is heel jong overleden, maar mijn vader hertrouwde een fantastische lieve vrouw waardoor ik altijd een moeder heb gehouden. Toeval of niet, mijn nieuwe moeder werd cheffin bij de COÖP.
In de Schoolstraat begon mijn schooltijd op School 15. Dat is op de foto helemaal achteraan. Links is de HBS te zien. Rechts vooraan woonde het leukste meisje uit de klas, Willeke.
De HBS was/is een enorm groot gebouw dat kracht uitstraalt. Ik liep er altijd vol ontzag langs. Ik bewonderde mijn veel oudere neef Wim JvL., die daar rustig naar binnen wandelde om te leren. Hij kwam vaak tussen de middag een boterham bij ons eten. Ik bewonderde hem nog meer omdat hij heel hard kon zwemmen én omdat hij de lievelingsneef is van m'n oudste zus.
Maakte de HBS een enorme indruk op me, het gebouw van restaurant Du Bordelaise maakte dat ook op mij. Om daar ooit eens te gaan eten als ik groot ben. Indrukwekkend. Alleen toen ik zover was om te gaan dineren was het helaas veranderd in een bouwval.
Een leuke straat was de Karel van Gelderstraat. Er stonden leuke huizen waar leuke meisjes woonden en daar was dat snoepwinkeltje in het souterrain van het hoekhuis waar we vaak kwamen "bomen". Het zwembad was er en de toegang tot de ijsbaan in de winter, waar wij natuurlijk via slinkse paden gratis probeerden in te komen. Later kregen we thuis een gezinsabonnement en kon ik er zo inlopen, maar toen ging ik liever voetballen. Er stonden ook meisjes van lichte zeden en ik ontdekte zowaar ooit een nichtje die op die manier iets bijverdiende
De Apeldoornse weg was een lange steile klim. Onderaan (hier is Rembrandt nog niet gebouwd) begonnen we dan op de fiets naar omhoog te sprinten om te zien wie het eerst op de brug met de wachthuisjes aankwam. Het eerst stuk ging nog wel, maar achter het spoorviaduct begonnen de benen zeer te doen en ter hoogte van Sonsbeek zou je zo wel willen terugkeren. Bij de Heidemij werd het een eitje en op je laatste adem probeerde je dan de anderen voor te blijven. Dat spelletje deden we niet vaker dan 3 keer op een middag :)
Dit was het eindpunt van de strijd op de fiets. Vriendje Jopie was nogal overmoedig, die liep om te pochen wel eens over de rand van het ene huisje naar het andere (en die brug was flink hoog). Nu was het een hele brede rand, maar toch levensgevaarlijk. Ik wedde een keer met hem voor een Jaminijsco dat ik ook van het ene naar een ander huisje durfde lopen. Hij trapte erin en hapte toe. Ik ging bij een huisje staan en rende naar de overkant waar dus ook een huisje is. IJsco à 1 dubbeltje gewonnen.
De Hommelsepoort waar de Hommelstraat overgaat in de Hommelseweg. Veel leuke winkels. Langs het spoor rechts aan het Sonsbeeksingel waren noodwinkels, die nooit meer zijn weggegaan. (zie hieronder)
Hieronder de weg er naar toe, vanaf het Velperpoortstation.
Vanaf het Velperpoortstation naar de noodwinkels is een wel een behoorlijk saai stukkie. Zoals hierboven blijkt.
De spoorbrug van Lombok naar Heijenoord. Mijn opa en oma woonden in Lombok. Als klein kereltje liep ik aan de hand van "spoorman" opa naar de brug om naar de treinen te kijken. Opa vertelde van alles (er was daar toen nog een werkplaats en een watertoren voor locs). Soms stonden we midden in de stoom van de locomotief en herrie dat die treinen maakten!
Op de bijvelden van Vitesse heb ik heel wat wedstrijden gespeeld. Soms met het jeugdteam op het hoofdveld. Mijn grote held was trainer Frans de Munck. (foto collectie Gert Koene)
Helaas werd er wel eens dik verloren.........
In Oosterbeek woonde veel familie. Met nichtje Rietje en vriendinnetje Gerdie lieten we ons van het talud afrollen. Dat was een heel eind. Door struikjes die in de weg stonden raakte je nooit helemaal beneden. Mijn opa vond daar in de oorlog een gewonde soldaat. Hij ging water voor hem halen, maar toen hij terug kwam was de jongen dood.
^                                                   1930 ^^^^^^
Arnhem, mooie stad! Verderop zijn nog een aantal hoofdstukken over Arnhem. Klik op label "Arnhem-stad" om die te bekijken.

Arnhem. De Johan de Wittlaan

Met de Johan de Wittlaan heb ik iets speciaals. Mijn ouders woonden er toen de Slag om Arnhem woedde en ze midden in het front zaten. Mijn zussen en ik zijn er geboren. Bijna alle boodschappen werden daar gedaan. Er woonden veel vrienden en kennissen, zelfs familie en later ben ik er zelf een tijd met gezin gaan wonen, zoals meer vrienden en familie ook deden. Kortom de Johan de Wittlaan heeft een belangrijk deel van mijn leven bepaald.
In het huis met het 2e portiek stond mijn wiegje. Op de hoek is nog geen winkel gevestigd. Die waren wel in grote getale aanwezig in de andere hoekwoningen op de laan en zelfs in de tussenhuizen zaten veel ondernemers, zoals een tabakszaak, een elektriciteitswinkel, een kapsalon en een wolwinkel.
De trolleybus staat op het keerpunt van de lijn. Het is er nog kaal (zie ook foto hieronder) want er staan geen huizen bij de halte. Op de hoek is inmiddels de kruidenier Boekhorst gekomen. Veel later werd het een Edah, die overigens ook weer snel verdween.
                                              Plusminus 1950 ^^^^
Inmiddels zijn bij het buskeerpunt woningen gebouwd met winkels eronder. Op de verre hoek is een café gekomen en een aantal winkeliers uit de huizen op de laan kregen eindelijk een normale zaak.
In de verte doemt het blok op waar mijn gezin woonde. De sloot gaat onder een oversteek door. Die overgang was precies tegenover de Fagelstraat en was gewoon bereikbaar. Ik liep er altijd over als ik naar tante Corry en oom Sietse ging en ook naar de kapper, maar dat was oom Sietse zelf. Verder natuurlijk voor tante Annie, oom Ruud en de vriendjes in de Stadhouderstraat.
Een kijkje vanaf de andere kant. Nu is mijn woning links goed zichtbaar. Op de hoek links de fietsenwinkel van Nol Roelofs en daarnaast de wolzaak van Jebbing. Toen ik verhuisde waren daar in de gewone huizen alleen nog rijschool Brouwer en taxibedrijf Chris van Holten aanwezig.
De huizen rechts hebben een verhoging met trapjes voor de deur. De stoep ligt een stuk lager. Dat was als kind jofel om er af te springen.
Voorbij het kruispunt met de Groen van Prinstererstraat begon een lange rij winkels. Eigenlijk was alles wat noodzakelijk is om te kunnen leven aanwezig. In de verte is het eerste deel van de winkels, geheel onder een overkapping. Ik weet niet meer alle winkels (ik was nog maar klein), maar op de hoek zat een vrij diepe fourniturenwinkel, waar mijn moeder altijd haar nodige spelden, garen, ritsen, knoopjes, enz. kocht. Die winkel was van meneer Boerma. Later kwam Driessen in het pand met een supermarkt. Op het winkelrijtje kwam dan de Apotheek waarin een streng ogende dame met een forsende blik achter haar brilletje de klanten de medicijnen verstrekte. Dan groenteboer v/d Berg, dan de Doe-Het-Zelf-Zaak waarvan de eigenaar een gehandicapte arm had, dan een melkboer en dan de VIVO.
Vervolgens kwam er een doorgang tussen de huizen en moest je een stenen trap op klimmen om bij een niet overdekt stukje te komen. Daar zat een prachtige winkel van De Gruyter en een winkel van Albert Heijn (dat waren toen nog winkels met gewoon toonbankverkoop) met tussen die twee winkels in de banketbakker Holleman (heerlijke taartjes!).
Er zat een ijzerwarenzaak en dan kwam kantoorboekhandel en bibliotheek LIBO, waar ik vanaf m'n 6e jaar tot een jaar of 15 elke week een paar jongensboeken leende.
Verdraaid aardige mensen runden die zaak. Ik mocht al heel snel van "meneer Libo" (dhr. v/d Bosch) zelf mijn boeken uitzoeken en dat was bijzonder want hij had kinderen liever in het zicht.
Achter die winkels waren tuinen en er liep een pad waar mijn vader een garage had.
Het laatste stuk was ook voor een deel overkapt. Er zat een visboer, een tabakswinkel, een delicatessenwinkel en heel vreemd, 2 bakkers vlak bij elkaar, bakker Klerk en bakker Ten Hoopen. Bijna op de hoek zat drogist Bruins. Een aardige man waar we altijd onze fotorolletjes kochten en lieten ontwikkelen. Helemaal op de hoek zal wel een grote zaak hebben gezeten, maar ik weet alleen nog dat er later een Super in zat die werd gerund door een hele familie met veel kinderen, die allemaal meewerkten.
Om de hoek ging je de Statenlaan in waar het Gymnasium stond. Aan het eind van de straat is nog een stukje te zien van De Rank waar de "hoedjeskerk" dienst hield. Daar stak je over om via een stenen trap af te dalen naar de Van Slingelandtstraat en het "brandweerveld"
Aan het einde van de laan stond het gebouw van de Apostolische kerk, die inmiddels is gesloopt. De achtertuin van mijn oom Dick, die in de Van Oldenbarneveldtstraat woonde liep tegen dat pand aan.
Er stond nog een kerk aan de laan, namelijk de katholieke St. Pauluskerk. Die parochie is al vele jaren geleden opgeheven en ik meen dat er nu woningen staan.
De St. Pauluskerk
De Johan de Wittlaan maakte bij de kerk een bocht richting Westervoort. In die bocht aan de overkant van de kerk was/is een rijtje winkels met een slager, groenteboer, bloemist e.d. Die winkels zijn van elkaar gescheiden door een poortdoorgang die onder de huizen door gaat richting Adriaan Kluitstraat.
Rechts het rijtje winkels met poort, recht vooruit de winkels die destijds zijn gebouwd bij de keerlus van de Trolly
De bocht volgend kom je nog een hele rij mooie huizen tegen en aan de andere kant later gebouwde miniflatjes. De laan eindigt tenslotte bij twee spoorbruggen die niet erg veilig leken, maar waarschijnlijk nog steeds in functie zijn. In dat gedeelte van de laan kwam ik overigens zelden.
De spoorbruggen met een blik richting Johan de Wittlaan
De winkelgalerij die hierboven op de ansichtkaarten zo mooi is te zien was gezellig en de winkels allemaal leuk en vrolijk. Het huidige hieronder geduide beeld geeft aan dat het een stuk minder florissant is geworden.